Skip Navigation Links

Nood breekt barrières

Aanwezige noodhulp onbenut laten. Dat is natuurlijk zonde. ‘Toch gebeurt het meer dan we zouden willen’, vertelt Jora Wolterink, projectleider van het fondsenproject van de Armoedecoalitie. Met steun van het K.F. Hein Fonds en RDO Balije van Utrecht onderzochten zij of Utrechtse hulpverleners drempels hebben om fondsen aan te vragen voor hun cliënten. ‘We vonden er vier, en zetten er evenveel oplossingen tegenover.’

Als hulpverlener zie je van dichtbij of de cliënt die je begeleidt extra steun nodig heeft. Die komt bijvoorbeeld de wijk niet meer uit, en laat zo goede kansen op een baan liggen. De reden is simpel: geen fiets. Er staan noodfondsen klaar om dan een tweewieler te bekostigen. Maar alleen de hulpverlener kan hiervoor een aanvraag doen. De Armoedecoalitie, een samenwerkingsverband van maatschappelijke organisaties die armoede bestrijden, vroeg zich af of dit ook voldoende gebeurt. Een onderzoek volgde. Welke drempels ervaren hulpverleners om fondsen aan te vragen?

Vier vastlopers

‘De eerste drempel die we vonden is onbekendheid’, vertelt Jora. ‘Als je de fondsen en hun mogelijkheden niet kent, kun je ze ook niet inschakelen voor je cliënten. Logisch. Als tweede zagen we dat keuzes van organisaties en persoonlijke moraliteit soms een drempel vormen. Als een hulpverlener vindt dat de cliënt zo’n fiets niet verdient, gebeurt er niets. Terwijl die fiets juist een wereld kan openen en de cliënt kan motiveren.’ Drempel drie: tijd. ‘Hulpverleners gaan ervan uit dat noodhulp aanvragen tijdrovend is, terwijl ze het al zo druk hebben. En als vierde zagen we dat loketten waar je extra geld kunt aanvragen weinig naar elkaar doorverwezen. Werd een aanvraag afgewezen, dan moest de hulpverlener zelf op zoek naar een alternatief, en van voor af aan beginnen.’

Wanneer noodhulp?

Woonbegeleiders, buurtteammedewerkers, maatschappelijk werkers – al deze hulpverleners staan klaar voor mensen aan de rand van de samenleving: daklozen en vluchtelingen, mensen in armoede, mensen die begeleid wonen, multiprobleemgezinnen, noem maar op. Ze leven regelmatig van gemeentelijke steun, zoals de bijstand. ‘De Gemeente Utrecht helpt ruimhartig’, vertelt Jora, ‘maar heeft niet altijd en overal geld voor. Voor de gaten die vallen zijn verschillende fondsen beschikbaar. Stichting Noodhulp Utrecht, RDO Balije van Utrecht en het Fonds Studie en Individuele Noden van het K.F. Hein Fonds. Wat je noemt onze redders in nood.’

Kennis delen

Na een jaar onderzoek, werkt de Armoedecoalitie nu aan de oplossingen. De eerste: netwerken. ‘Utrechtse hulpverleners werken vanuit vijftien maatschappelijke organisaties. Het Leger des Heils, de Tussenvoorziening, opvang voor jongeren, buurtteams, noem maar op. Grote en kleine organisaties die hun eigen manieren hebben om noodhulp aan te vragen. Én hun eigen mensen. Hen hebben we aan elkaar gekoppeld. In een digitaal netwerk delen ze hun kennis en ervaringen, waardoor ze veel beter weten wat er mogelijk is.’

Simpel maken

‘De tweede oplossing heet Geldzoeker’, vertelt Jora. ‘Een website of app – aan de uitvoering wordt nog gewerkt – waarop de hulpverlener intoetst waar behoefte aan is. Zoals een fiets. Het programma verwijst dan direct door naar het juiste fonds. Dit maakt aanvragen een stuk simpeler en efficiënter. Hiernaast zorgen we dat de aanvraagformulieren van verschillende fondsen steeds meer overeenkomen. Ook dit is een belangrijke vereenvoudiging.

Informeren en leren

Als derde oplossing verspreidt de Tussenvoorziening zelf actief informatie onder aanvragende organisaties. ‘Hier hebben we speciaal iemand voor aangesteld die een communicatiekalender bijhoudt, documentatie rondstuurt en iedereen op de hoogte houdt van ontwikkelingen. Nu gebeurt dit nog intern, maar we gaan dit stedelijk ontwikkelen voor alle hulporganisaties. Er is ook een stedelijk scholingsprogramma dat hulpverleners leert over de financiële kanten van hun werk. Jora: ‘Budgetvaardig heet het. Onze vierde oplossing is om dit programma uit te breiden met lessen over fondsen en regelingen.’

Hoewel nog niet alle oplossingen van de Armoedecoalitie ‘live’ zijn of op volle kracht draaien, zijn de effecten van het project al zichtbaar, vindt Jora. ‘Al sinds een jaar zien we dat er veel meer bewustwording is onder hulpverleners en hulporganisaties. Het gaat echt al behoorlijk goed!’ Ons doel komt daarmee steeds dichterbij: het normaal maken voor hulpverleners om de problemen die ze tegenkomen bij hun cliënten helpen op te lossen.