Skip Navigation Links

Stipendium - Blog Eva Spierenburg #2

In september 2018 won Eva Spierenburg het K.F. Hein Stipendium. In dit blog vertelt ze over de voorbereiding van de tentoonstelling die vanaf 12 oktober 2019 in het Centraal Museum te zien zal zijn.

Sinds de vorige blog in maart is mijn atelier flink vol gelopen met nieuw werk. Zo zijn er steenachtige objecten, een arm en een uitgedroogde brok klei die elkaar in balans houden, en er is een grote homp piepschuim waarop een vleeskleurige zandzak zich passief naar de gewelfde ondergrond voegt. Aan de foto’s die ik tijdens een residency in China heb gemaakt ontleende ik vormen, kleuren en ideeën. Eén foto heb ik uitvergroot en op polyester laten printen, waardoor een paar gebroken benen nu meer dan levensgroot aan de muur bungelt.

studio beeld met gordijnen, foto van gebroken benen terracotta beeld en object met zandzak. Tweede foto: latex handschoenen hangend aan haak
'studio juli 2019' en 'latex handschoenen van/voor mijn handen'

Mijn beeldend onderzoek verloopt voornamelijk door middel van veel maken, waarbij verschillende onderdelen en invloeden geleidelijk associatief met elkaar in verbinding komen te staan. Tijdens het werkproces ontstaan kleinere en grotere elementen, in uiteenlopende media, die uiteindelijk moeten samenkomen in één totaalinstallatie. 

Het mini-museum en de prestatiedruk

Om de samenhang van het geheel te kunnen overzien, heb ik een gedetailleerde maquette van de museumzaal gemaakt. Normaal werk ik nooit met maquettes, en probeer ik planmatig werken te vermijden. Door de specifieke architectuur van de tentoonstellingsruimte was het echter nodig om zichtbaar te maken hoe de verschillende elementen zich tot elkaar en de ruimte verhouden.

mini kunstwerkjes voor de maquette liggen op ruitjespapier
mini kunstwerkjes voor de maquette

Vanuit de maquette bleek al snel dat de zaal eerder vol was dan verwacht. Ik dacht veel meer werken nodig te hebben om de tentoonstellingsruimte overtuigend gevuld te krijgen, veel meer tijd om alle doelen in mijn ambitieuze projectvoorstel te bereiken. Spelend met de maquette werd echter duidelijk dat alles wat ik wilde er al bijna was. En meer toevoegingen of afwerkingen maakten het geheel niet wezenlijk beter.

Mede dankzij voortgangsgesprekken met de KF Hein Kunstcommissie en het museum, kwam ik erachter dat ik me wat teveel had laten intimideren door het idee van een museumsolo. Ik wilde veel tegelijk en werkte geforceerd om museumwaardige dingen te maken. Daarmee dreigde ik juist mijn doelen voorbij te streven en bepaalde kwaliteiten van mijn werk te verliezen. Waar het werk gaat om lichamelijke aanwezigheid, moeten de sporen van het maken niet verdwijnen in een gepolijste afwerking.

Al met al is de maquette erg waardevol geweest bij de ontwikkeling van mijn werk. Om te bepalen wat te veel is, en wat juist nog mist. Nu het materiele deel van de tentoonstelling in grote lijn klaar is, kan ik me richten op de performance, die uiteindelijk binnen de installatie gaat plaats vinden.

Een levend lichaam om aanwezig te zijn

Parallel aan het werken in mijn studio, heb ik de afgelopen maanden diverse performances  en dansvoorstellingen bezocht om het verband tussen lichaam, object en ruimte bij andere kunstenaars te observeren. Van hieruit heb ik mijn ideeën ontwikkeld over hoe een performance binnen mijn eigen werk vorm moet krijgen, en welke performer daarbij past.

Als startpunt voor de performance kijk ik onder andere naar foto’s van archeologische opgravingen van mummies. In deze foto’s wordt ik geïntrigeerd door de samenkomst van de abstracte, archaïsche ‘lichaamsbundels’, en de hedendaagse archeologische instrumenten die onderzoekende handelingen verrichten.

drie archeologen onderzoeken een mummie, gekleed in witte jassen en latex handschoenen
archeologen onderzoeken een opgegraven mummie, Peru, 2003. Foto: Ira Block

Ik zie de archeoloog met zijn klinische latex handschoen binnendringen in een wereld die niet meer bestaat. Prikkend in een opgegraven lichaam dat nauwelijks nog een lichaam is. De rubber blaasbalg blaast op zijn beurt leven in een onbewogen stuk keramiek (zie foto opgraving Lima Peru). Door aanraking wordt voor mij het lichaam van de archeoloog/performer een verlengstuk van het object en vice versa. Bovendien voegen de archeologie-foto’s een laag toe waarin het gaat om de samenkomst van heden en verleden, van levend en dood.

Met deze foto’s in mijn achterhoofd ging ik op zoek naar een levend, ademend lichaam om af en toe aanwezig te zijn binnen mijn sculpturale installatie. Iemand die mijn statische werk als het ware activeert door enkele handelingen te verrichten, of simpelweg door er te zijn.

Kijkend naar verschillende performances vormde zich geleidelijk een lijst van wat ik wel en niet wilde: een jonge vrouw (mogelijk een stand-in voor mezelf), die weet hoe ze zich met haar lichaam moet verhouden tot een ruimte en tot toeschouwers. Met de bewegingskwaliteiten van een danser, zonder dat de performance echt een dans wordt. Niet theatraal of dramatisch. Geen duidelijk begin en einde. Geen choreografie met een bepaalde volgorde. Niet naakt. Niet te aanwezig. En dan liefst iemand met kleinere handen dan ik, zodat ze mijn zelfgemaakte latex handschoenen kan dragen als 2e huid.

Inmiddels heb ik een fijne performer gevonden die precies past binnen wat ik zocht. Ook ben ik enkele objecten aan het maken die een performatieve functie hebben. De komende maanden gaan we samen op zoek naar de juiste verhouding tussen object, lichaam en ruimte. Ik kijk ernaar uit om alle verschillende elementen te zien samenkomen in de museumzaal!

Eva werkt met naald en draad aan een groot textielen object
Foto: Arthur Martin