De toko van Frances Rompas
September 2026
Net als haar vader heeft Frances Rompas een toko. In haar winkeltje verzamelt ze fragmenten, video-opnamen en stukken geschiedenis waaruit ze elke keer een nieuw gerecht maakt. Verhalen over thuis, over leven met de aarde en over het koloniale systeem.
Rompas gebruikt ook de beeldtaal van de toko, ze neemt bijvoorbeeld een zak kaneel of kruidnagel op in een werk, of ze maakt een koelcel met tropische vruchten. Producten die niet van hier zijn. In al haar werk speelt het ontheemd zijn een rol. Rompas groeide zelf op in Deventer, haar vader in Bandung, haar opa op Aceh en haar overgrootvader in de Minahasa, een regio in het noorden van Celebes, Indonesië. Dat is waar een deel van haar roots liggen, een gebied waar ze nieuwsgierig naar was. Haar overgrootvader trok er weg om voor de Nederlanders te vechten en daarna keerde de familie niet meer terug.
Tot september 2022. Met een reisstipendium van het K. F. Hein Fonds ging Rompas op weg; met haar vader en haar zoon van anderhalf jaar oud. Drie generaties op reis naar het land van hun voorouders.
De Minahasa, vertelt Rompas, leefden erg met het land. “Mijn voorouderlijke stam is de meest succesvol gekerstende stam. De samenleving bestond uit tribale gemeenschappen, dorpjes die op zich zelf functioneerden. Want alles was er voorradig, het land was zo vruchtbaar dat ze geen anderen nodig hadden. In 70 jaar tijd is dat veranderd in een christelijke samenleving waarin de kinderen naar school gingen en Nederlands leerden. Om daarnaast zo effectief mogelijk het land te bewerken. Dat was het doel. En waar gingen al die producten heen? Het land uit.” Het riep vragen op bij Rompas. “Hoe kan het dat zij dat hun manier van leven zo makkelijk hebben losgelaten? Je kunt het witwassen noemen of zachte kolonisatie, maar ze hebben er ook voor gekozen. Samenwerken met de Hollanders betekende ook dat die hen hielpen tegen rivalen. Het leverde status op.” De kerstening zorgde er daarnaast voor dat de culturele diversiteit tussen de dorpen minder werd, nu is het meer één regio: de Minahasa.”
De geest van de plek
Voor Rompas is dit meer dan een persoonlijk verhaal. Het gaat ook om het contact met de plek waar je woont, met de aarde. “Dat betekent niet dat je een moestuin moet hebben, maar dat je je bewust bent van wat er in de grond zit. Wat er was en wat er misschien ook weer kan zijn.” Een verbondenheid met de locatie en de geest en het gevoel van die plek, de genius loci. Iets dat we in de versteende en geïndustrialiseerde wereld zijn kwijtgeraakt. Want het proces dat zich bij de Minahasa afspeelde, gebeurde ook hier: op weg naar een efficiënte productiemaatschappij.
Rompas is niet opgeleid als kunstenaar, maar als bioloog. “Biologie is de leukste studie ter wereld: de studie naar het leven. Van heel klein, moleculen en cellen tot gedrag, de samenleving en de omgeving, evolutie en meer filosofische vragen over de waarde van een natuurlijke entiteit en biodiversiteit. We voelen allemaal dat het heel waardevol is maar het komt niet in dezelfde excel sheets voor beleid. De natuur wordt overgeslagen.”
Ze koos uiteindelijk een ander pad. Ze werkte soms al als dj, en had als 17-jarige een videocursus gedaan. Na haar studie pakte ze dit weer op. “Ik ontdekte dat er voor video een hele mooie kunstvorm bestaat: de essay film. Die kan schakelen tussen poëzie, verhalen, documentaire. Daar ben ik helemaal verliefd op geworden.”
De blik van de bioloog is nog aanwezig in haar werk. “Ik hou erg van vergezichten en de mens is altijd klein het landschap. Maar het zit ook in de manier van maken: een bioloog kijkt altijd holistisch: naar het geheel.” Zo maakt ze ook haar films, die niet lineair zijn, maar opgebouwd uit associatief aan elkaar geknoopte fragmenten. “Het helpt me ook om dekoloniserend te denken: dat je niet denkt in vooruitgang, maar informatie begrijpt als een netwerk. Zo heb ik ook mijn archief opgebouwd: fragmenten video en tekst, zowel van mezelf als anderen. Als ik dan aan bepaald thema wil werken haal ik er wat uit en kan ik daarmee een script schrijven.”
Bron van verhalen
De reis die ze naar de roots van haar familie maakte leverde veel op. “Het heeft iets magisch om te gaan naar een plek waar je wortels liggen. En het is er heel mooi, weelderig en omringd door vulkanen. Het is zo duidelijk dat die grond daar leeft. De ziel van die plek is erg aanwezig. Heel bijzonder.” Ze legde veel van de reis vast op film en in tekst en verwerkt dat in haar werk, dat vaak een combinatie is van audio of video en objecten.
“Het zijn vaak tijdgebonden werken, dus ik vraag wel wat van mensen. Je moet er de tijd voor nemen. Op Art Rotterdam bijvoorbeeld maakte ik een koelcel-kapel, waarin tropische vruchten los zijn van hun oorsprong. Als analogie voor migratie.”
Ze wil haar kennis delen en een ander perspectief bieden, mensen bewust maken van koloniserende processen, processen die te maken hebben met het meenemen of toe-eigenen van wat van een ander is.
“De paraplu waar dit allemaal onder valt noem ik Toko Waar Is Thuis (ook wel Toko WIT). Ik ben opgegroeid in een toko, het is een vorm waar ik me bij thuis voel. De beeldtaal van de witte toko, het ontheemd zijn, het witwassen, die beeldtaal gebruik ik vaak. Daar zit ook het thema van de handel in, maar daar ben ik nog niet. Dat komt later.” Zo is de voorraad in haar toko een rijke bron voor de verhalen die ze wil vertellen.
Je vindt meer over Frances op haar website en Instagram.
Dit interview is geschreven door Marjolein Sponselee.