Skip Navigation Links

Jolanda Schouten en Fatima Abbadi - Kruisbestuiving

September 2026

Aan de wand van het atelier hangt een metershoge aquarel van bloemen en planten. Niet netjes geordend in een vaas of bloemperk, maar in fragmenten en lagen over elkaar heen. Bloeiende planten en verdorde, zaden en bloemknoppen. Alle fases komen voorbij.

Op de vloer voor het werk staat een rij met bakjes en tubes in tientallen verschillende tinten, ernaast een afgedekt deel van de vloer. Hier maakt Jolanda Schouten haar werk. Ze bepaalt het formaat, plakt vellen aan elkaar en legt ze op de vloer. De planten die ze gebruikt legt ze er soms bovenop en ze gaat aan het werk met verschillende soorten penselen, van vuistdik tot heel fijn. Door het grote formaat is het schilderen ook een fysiek proces, ze beweegt over het werk. En ze gebruikt veel water tijdens het schilderen, “Er staan soms echt plassen op.”

Foto: Arthur Martin

De Minahasa, vertelt Rompas, leefden erg met het land. “Mijn voorouderlijke stam is de meest succesvol gekerstende stam. De samenleving bestond uit tribale gemeenschappen, dorpjes die op zich zelf functioneerden. Want alles was er voorradig, het land was zo vruchtbaar dat ze geen anderen nodig hadden. In 70 jaar tijd is dat veranderd in een christelijke samenleving waarin de kinderen naar school gingen en Nederlands leerden. Om daarnaast zo effectief mogelijk het land te bewerken. Dat was het doel. En waar gingen al die producten heen? Het land uit.” Het riep vragen op bij Rompas. “Hoe kan het dat zij dat hun manier van leven zo makkelijk hebben losgelaten? Je kunt het witwassen noemen of zachte kolonisatie, maar ze hebben er ook voor gekozen. Samenwerken met de Hollanders betekende ook dat die hen hielpen tegen rivalen. Het leverde status op.” De kerstening zorgde er daarnaast voor dat de culturele diversiteit tussen de dorpen minder werd, nu is het meer één regio: de Minahasa.”

Borduren

Naast het schilderen is er sinds een jaar of vijf een nieuwe lijn in haar kunstenaarspraktijk: borduren. Dat doet ze samen met mensen uit alle windstreken. “Het begin was klein, een middag met kinderen uit het AZC in de tentoonstelling die ik toen bij de Vrijstaat had. En daarna een dag in het AZC, met de kinderen en via hen met de moeders.”

Dat zette ze op in overleg met Fatima Abbadi, die ze via de Feministische Handwerk Partij leerde kennen. Abbadi vertelde haar over de oorsprong van borduren en de rol die het in Gaza en Jordanië heeft. Borduurpatronen worden doorgegeven van generatie op generatie en zeggen veel over waar iemand vandaan komt. Schouten: “Met haar heb ik overlegd hoe ik de uitwisseling in het AZC zou kunnen inrichten. Naar de eerste bijeenkomst nam ik bloemen mee uit mijn tuin en dat zorgde meteen voor contact, want bloemen zijn universeel en de schoonheid daarvan doet iets. We begonnen met een grote ronde tafel, met tafelkleden en borduurwerk van mijn moeder. Ik vroeg de andere vrouwen naar hun link met borduren. Zo ontstond een uitwisseling van verhalen en kennis. Intussen werd er getekend en geborduurd. Tijdens het maken ontstonden vanzelf gesprekken, heel warm en ontspannen terwijl je weet dat iedereen die er zit heel veel heeft meegemaakt. Soms ging het ook daarover, en dan was het daarna weer heel licht.”
 
Na het eerste project werd Schouten gevraagd om hetzelfde te doen bij de noodopvang bij de Berenkuil. “Daar waren veel jonge gezinnen uit Palestina, Afghanistan en Jemen. Dan zocht ik op wat daar werd gemaakt en wat daar gaande was. Ook heb ik veel over taal geleerd, zoals dat er een basis Arabisch is dat veel mensen spreken. Daar hebben we veel over gesproken, maar ook over bloemen, planten en kleuren. Dus vanuit het borduren ging het over allerlei andere dingen. Die gelijkwaardige uitwisseling op het moment dat mensen een nummer zijn in een procedure was heel waardevol.”

Een volgende stap was het project uit de opvanglocaties halen. Ze bracht het naar de bibliotheek op de Neude. “Allerlei mensen haakten aan: uit het AZC, uit de buurt, mijn HKU-studenten en mensen die een boek kwamen lenen. Daar hou ik van, ook in mijn schilderwerk: mensen dwars door generaties en achtergronden heen verzamelen vanuit het werk. Kunst is daar de uitgelezen vorm voor. Dat is wat kunst kan!”

Foto: Arthur Martin

Wortels en geschiedenis

Schouten verdiept zich altijd in de herkomst en betekenis van haar materiaal. Ze zoekt informatie over de planten die ze schildert, over de herkomst van haar papier en dus ook over de geschiedenis van het borduren als ze daarmee aan de slag gaat. Met een reisstipendium van het K.F. Hein Fonds maakte ze in maart 2024 een studiereis naar Jordanië, om meer te weten te komen over de Arabische borduurcultuur. Ze bezocht onder meer het Tiraz Centre in Aman: een belangrijk kenniscentrum opgericht door de Palestijnse kunsthistorica Widad Kawar. Schouten: “Widad is in de jaren 70 begonnen met het verzamelen van Palestijnse jurken. Geleidelijk is haar collectie uitgebreid naar borduurwerk uit de Arabische wereld, maar de focus ligt op Jordanië en Palestina. Widad - inmiddels 95 jaar - woont naast het centrum en heeft in haar kelder zakken vol kleding. Steeds mochten we van alles passen. Via haar kwamen we weer op andere plekken, waar we gastvrij werden ontvangen met eten en altijd weer een verkleedpartij. Ook zijn we in het kamp Jerash geweest, waar inmiddels de derde generatie statenloze Palestijnen woont. En daar, in die omstandigheden, wordt nog steeds geborduurd, soms ook in opdracht. Het is echt een middel van bestaan, gedragen door de vrouwen.”

Wat ze van de reis leerde is de sterke link tussen het borduren en het land, de plek waar je woont, waar je bent, je omgeving. Zo ontstaan de ontwerpen: je kijkt om je heen en daar doe je iets mee.

“Die verbondenheid raakte me en dat herkende ik, want zo werkt het bij mij ook. Ik werk met de bloemen die er nu zijn, het liefst inheems en wat ik zelf gezaaid heb, heel dichtbij. Wat me ook raakt, is de enorme ontworteling van mensen die een land hebben moeten verlaten en de flexibiliteit die mensen dan hebben om door te gaan.”

Foto: Arthur Martin

Je vindt meer over Jolanda op haar website en Instagram.

Dit interview is geschreven door Marjolein Sponselee.