Jacobien de Rooij: “Ik maak het omdat ik het moet maken”

De in Haarlem woonachtige kunstenares Jacobien de Rooij (Rotterdam 1947) heeft in haar kunstenaarsleven een belangrijke verandering gekend. “Na mijn studie aan de Gerrit Rietveld Acadamie ben ik zeer actief geweest als beeldend kunstenaar en heb diverse tentoonstellingen gehad met kleine aquarellen. Maar op een gegeven moment kwam ik in een overgangsfase, ik wilde me meer bezinnen op mijn werk en nadenken over wat ik nu eigenlijk wilde. Ik was altijd al geïnteresseerd in het nieuwste van het nieuwste wat er in de kunst gebeurde maar wat ik zelf maakte, sloot daar op geen enkele manier bij aan. Ik vond dat wel een probleem en heb daarom geprobeerd moderne kunst te maken. Maar dat moest ik niet maken en het heeft daarom een tijd geduurd voordat mijn werk een bepaalde vorm kreeg die ik goed vond en die de traditie niet schuwde. Eind jaren tachtig heb ik mijn werk opnieuw onder de aandacht gebracht en dat is eigenlijk erg goed gegaan. Je zou me daarom ook kunnen beschouwen als een herintreder.”

portret Jacobien de Rooij voor haar kunstwerk
Foto: Rob Versluys

 

“De verandering in mijn werk heeft met onderwerp en techniek te maken. Zo maakte ik eerst stillevens maar richt me nu op landschappen. Maar de belangrijkste verandering is het tekenen op groot formaat. Dat past ook het best bij mij en is veel persoonlijker, ik kan echt mijn visie duidelijk maken. Ik ben ooit begonnen met houtskool maar langzamerhand is pastelkrijt er voor in de plaats gekomen. Het is prachtig maar moeilijk materiaal. Ook het grote formaat waarin ik werk, past erg bij het onderwerp landschap. Dat is nu eenmaal groot en zodoende onlosmakelijk verbonden met het formaat. En ik vind het fascinerend om te zien hoe je in het landschap staat.”

De landschappen die Jacobien voor ogen heeft, zoekt ze niet op. “Ik kom landschappen voornamelijk tegen, zoeken doe ik ze weinig. Wel kan bijvoorbeeld een bepaald boek mij helpen om op een andere manier naar een landschap te kijken en een extra zet geven om een keuze te maken wat ik ga tekenen. Literatuur kan voor mij een echte trigger zijn. En ik ga graag op reis om met een frisse blik naar landschappen te kijken. Ik maak dan hele globale schetsen en schrijf over kleur, vorm en stijl. Die schetsen neem ik dan mee naar mijn atelier en daar reconstrueer ik een landschap, een reconstructie van verschillende indrukken waarin ik bepaalde ideeën verwerk. Overigens zijn er meerdere elementen of voorbeelden die mijn werk bepalen. Zo is de zestiende-eeuwse Venetiaanse kunstschilder Tintoretto ook een bouwsteen van mijn werk. Maar ik heb wel alle vrijheid om te doen wat ik wil zodat ik op het laatste moment nog beslissingen kan nemen.”

Terugkijkend op het werk wat ze tot nu toe gemaakt heeft, kent Jacobien geen echt sleutelwerk. “Ik denk dat ieder werk in feite een sleutelwerk moet zijn, anders laat ik het liever niet zien. Ik maak wel meerdere tekeningen van een thema en één is daarvan de belangrijkste. Natuurlijk zijn sommige werken belangrijker dan andere, bijvoorbeeld tekeningen die overal buiten vallen. Maar ik zie toch een gelijkmatigheid in mijn werk, zeker sinds ik als herintreder weer ben begonnen.”

“Inspiratie kan ik niet dwingen. Ik kan er ook niet op zoek naar gaan, het komt gewoon, het dringt zich op. Een voorbeeld is een werk dat ik heb gemaakt in een serie genaamd ‘Dood noch Levend’. Ik wandelde op een prachtig pad bij een rivier in Ierland. Het leek wel alsof je in de rimboe liep en het water alleen maar hoorde. Opeens doemde de rivier op en daarin dreef een dode boom waar toch leven in zat. Ik vond het een soort Mariaverschijning. Op dat moment wist ik dat ik dat moest tekenen. Dat gevoel gaat niet via mijn hoofd maar via mijn lijf. En niet alleen landschappen kunnen onderwerp worden, zelfs een vuilstortplaats kan mooi zijn. Ik hou er ook van om van iets wat lelijk is vreselijk mooi te tekenen. Je zou het als commentaar kunnen zien op kunstenaars die met ‘rommel’ kunstwerken maken.”

tekening zonder titel van Jacobien de Rooij (beeldt af: bomen in winterlandschap)
Foto: Rob Versluys

 

De zakelijke kant van het kunstenaarsbestaan valt Jacobien niet altijd mee. “Ik probeer de tijd die ik moet steken in andere dingen dan tekenen zoveel mogelijk te beperken. Maar dat is wel afhankelijk van subsidies of bijbaantjes zoals het lesgeven aan de Academie van Kunst en Vormgeving in Den Bosch. Dat is overigens erg leuk om te doen. Mijn tekeningen worden gelukkig goed verkocht, eigenlijk al vanaf het begin af aan. Na mijn herintrede wilde het Centraal Museum in Utrecht wat hebben net zoals de Rijksdienst Beeldende Kunst en het Stedelijk Museum te Amsterdam. Via galeries werkt het wat problematischer, zij zijn tegenwoordig meestal geïnteresseerd in de jongere kunstenaars. Je merkt dat als je ouder wordt het moeilijker is om in de picture te blijven. Zo had ik laatst een tentoonstelling in Amsterdam. Een galeriehoudster vond mijn werk bijzonder leuk maar mij te oud. Het is gewoon zo dat je met jong kan scoren. En dat terwijl wat ‘oudere’ kunstenaars maken ook bijzonder interessant is. Je moet echt uit speciaal hout zijn gesneden om dit beroep vol te houden. Daarom heb ik me ook voorgenomen om mooi oud te worden, niet alleen als mens maar ook als kunstenaar.”

“In de toekomst vind ik het wel prettig om rust te hebben en te werken. Ik wind me niet meer op over galeries en dergelijke. Niemand zit op me te wachten. Ik maak alleen wat ik wil maken, ik doe wat ik zelf wil doen. Het is ook spannend om te zien wat ik kan en of ik het kan. Het lijkt soms wel alsof ik bevestiging zoek, elke keer denk ik ‘ik kan er niets van!’. Maar dat komt eigenlijk altijd weer goed, de tekening maakt zichzelf. En ik maak het omdat ik het moet maken.”

“De aankoop van mijn tekening Zonder Titel door de K.F. Hein Stichting vond ik fantastisch. Het blijft daar voor een aantal mensen altijd zichtbaar. Dat is in een museum natuurlijk ook zo maar daar komt het vaak terecht in het depot.” Overigens is er meer werk van Jacobien in bedrijfscollecties opgenomen. “Er is werk van me bij ABN AMRO, De Nederlandsche Bank en het Leids Universitair Medisch Centrum.” Voor het LUMC heeft ze ook in opdracht gewerkt, iets wat Jacobien naast haar vrije werk doet. “In de afdeling radiologie hing een aantal foto’s van boomkruinen. Men heeft toen aan mij de opdracht gegeven een soortgelijk werk te maken. Ik heb heel strikt overlegd wat ze wilden om daarna mijn vakmanschap in te zetten. Ik probeer aan te sluiten bij de wensen van de opdrachtgever en ga geen experimenten uitvoeren. En ook dat is leuk om te doen.”

Dit interview verscheen in de publicatie over de beeldende kunstcollectie van de K.F. Hein Stichting in 2009. Auteurs: Jan Jaap Zwitser en Suzanna de Sitter.